Het kleine eren, dat leerden we van Hans de Kroon. (En dus vroegen we hem naar zijn favoriete tuinsoort)

Hans de Kroon is met emeritaat. De grote klokkenluider over insectensterfte. De grote aanjager van nieuwe natuurconcepten zoals bloemrijke dijken, in een poging die neergang weer om te buigen naar herstel. Tussendoor een begenadigd wetenschapper en hoogleraar plantenecologie aan de Radboud Universiteit.

Daar schoven we op 11 september aan bij zijn afscheid. Een grote eer, want voor ons is hij van grote betekenis. Twee weken ervoor konden we elkaar nog even spreken, voor een kort interview voor Streektuinen.

De Kroon verdient natuurlijk afscheidsartikelen met welluidende titels in landelijke media. Die kreeg hij bijvoorbeeld met een prachtige reportage in het NRC over zijn werk vanuit de Ooijpolder. 

In de afgelopen jaren, toen Rolf ook nog als journalist werkte, interviewde hij hem vaker, voor allerlei artikelen – zoals deze longread uit 2019 over de staat van de Nederlandse natuur. Of kortere artikelen, over dramatische insectenjaren. Of over het omgekeerde probleem, het verdwijnen van bloeiende planten door een tekort aan insecten.

Maar ook over hoop voor de Nederlandse natuur. Relatief kosteneffectieve oplossingen, zoals stoppen met klepelen van wegbermen – en het belang van het herstel van heggen en natuurlijke oevers. Of wat dacht je van ‘17.000 kilometer bloemrijke dijken: een reusachtige kans voor biodiversiteit’ – over één van de kinderen van De Kroon: het Future Dikes-project.

Het liet zien dat Hans in Nederland en daarbuiten op het noodzakelijke schaalniveau actief was. Maar als wij één ding van hem geleerd hebben, is het toch iets anders: juist de waarde van het kleine. Het voorheen onderschatte en onevenredig grote belang van ‘micronatuur’ – mits die micronatuur, als mini-leefgebieden en stapstenen, talrijk aanwezig is in het landschap. Daar horen naast ecologische bermen, natuurlijke oevers, struweelheggen, knotwilgen, overhoekjes en bloemrijke dijken óók ecologische tuinen bij – kleine oases met inheemse beplanting en soms wel duizenden soorten insecten.

De Kroons tuin: een levend compromis (met zandbijen)

Dus vroegen we De Kroon naar zijn eigen tuin. En dan is het altijd weer geinig om te ontdekken dat ook ecologen vaak heel normale mensen zijn, met nog weer andere hobby’s en interesses náást de prachtige wereld van de plantjes en kevertjes. Zo wil het ook dat Hans en zijn vrouw in de tuin verschillende dingen leuk vinden – en dus vooral ook rekening houden met elkaar. Maar in dat compromis zijn wel degelijk ‘ecologische elementen’ mogelijk, zoals dood hout (van groot belang voor bovengenoemde kevertjes) en een kruidenrijk gazon (waar onder andere bijen van profiteren).

Gevraagd wat hem daarin het meeste plezier geeft, is het even wachten. Een antwoord over het leven bij zijn Radboud-projecten voor heggenherstel in de Ooijpolder of op de inmiddels zeer bloemrijke Waaldijk zou misschien sneller volgen dan over de eigen tuin. Maar dan komt het toch naar boven: het is de wolzwever. “Het voorjaar wordt bij ons in de tuin altijd aangekondigd door de wolzwever. Dat vind ik een hele mooie soort.”

De gewone wolzwever ziet er met dat wollige lijf een beetje uit als een hommel, maar kan net als een zweefvlieg in de lucht stil hangen – en doet dat zelfs opvallend lang. Ook kan je de wolzwever soms vlak voor een bloem nectar zien drinken. Alhoewel de voorpootjes contact maken met de bloem, blijft de razendsnelle vleugelslag ook tijdens het drinken actief, wat een beetje doet denken aan een kolibrievlinder. Maar laat je niet te veel misleiden door het schattige uiterlijk: wolzwevers zijn ook boefjes. Ze proberen als een koekoek stiekem een eitje te leggen in het nest van hardwerkende zandbijen.

Toch moet je wolzwevers daarom ook vooral zien als een goed teken. Ze kunnen alleen leven daar waar in het vroege voorjaar ook zandbijen actief zijn. Het bloemrijke gazon van Hans en zijn vrouw zou dus wel eens effect kunnen hebben.

(De gewone wolzwever is overigens ook een streeksoort. Dat wil zeggen: ze komen in Nederland het meest voor langs de grote rivieren – waar de gewone wolzwever zelfs heel algemeen is – maar zijn vrijwel afwezig in Groningen, Friesland, Drenthe en het noorden van Noord-Holland en Overijssel – wat suggereert dat dit stiekeme beestje ondanks z’n warme jasje weleens een koukleumpje zou kunnen zijn.)

De ‘bombshell’: zelden bracht één studie zo veel in beweging

Nu we zijn tuin besproken hebben, willen we toch ook nog even uitzoomen en erbij stilstaan dat de naam Hans de Kroon – zoals dat slechts weinigen in de academische wereld gegeven is – in Nederland en internationaal voor altijd verbonden zal zijn aan één wetenschappelijke studie die insloeg als een bom. Driekwart van de vliegende insecten verdwenen, in slechts 27 jaar – nota bene binnen ‘beschermde’ (Duitse) natuurgebieden. Het zal een belletje doen rinkelen, al is het alweer 9 jaar geleden – 18 oktober 2017 om precies te zijn.

Afscheidscollege Hans de Kroon
Ook tijdens het afscheidscollege kon de geruchtmakende publicatie uit 2017 natuurlijk niet onbesproken blijven…

Los van de namen van de auteurs van het onderzoek is het sowieso een zeldzaamheid dat één wetenschappelijke studie zo’n grote impact heeft. Maar dat valt hier, met kennis achteraf, wel te verklaren. 

We wisten al heel lang dat de biodiversiteit achteruitgaat. We wisten ook al heel lang dat belangrijke soortgroepen van vliegende insecten achteruitgaan. Dat geldt in het bijzonder voor de dagvlinders, voor de zweefvliegen en voor de wilde bijen. Bovenop al die lokale meetresultaten waren er alle persoonlijke ervaringen, zoals de vaak genoemde voorruit na zomerritten met de auto. Vroeger, in een langzaam steeds verder verleden, een verleden dat dus ook langzaam verdwijnt uit het collectieve geheugen, moesten we die voorruiten tijdens zomerse autoritten nog om de zoveel tijd schrobben, omdat een koek van aangereden insecten anders het zicht belemmerde. (Dat je nu naar Frankrijk kunt rijden zonder maar één keer te hoeven boenen, is een veeg teken – een 800 kilometer lange lege lucht! – dat toch alom wordt genegeerd. Wat je niet ziet, valt ook niet op.)

Het Duits-Nijmeegs onderzoek in PLOS One slaagde erin als eerste op een grote ruimtelijke schaal en over een periode van bijna drie decennia de lijntjes van alle kleinere neerwaartse trends en bange vermoedens aan elkaar te binden. En dat hadden we nodig, maatschappelijk, om in beweging te komen. Niet iedereen. En ook nog steeds te weinig de politiek. Maar wel de onderstroom. De mensen die brieven schrijven naar hun gemeente voor ecologische bermen. De mensen die zich inzetten voor heggenherstel. De mensen die hun tuinen vergroenen. En dus uiteindelijk ook wij, Streektuinen.

Verder met tuinen, bermen, dijken – en elkaar

Dus vroegen wij De Kroon ook of hij ons nog een advies wou meegeven. Onze hoop is om samen met alle andere initiatieven en vooral alle mensen te bouwen aan een reusachtig netwerk van ecologische tuinen, door heel Nederland heen. Het zijn er al vele duizenden, en die zijn al verschrikkelijk waardevol. Maar onze hoop is een half miljoen. Dat getal ontstond jaren geleden, bij het eerste interview met tuinpionier Jochem Kühnen. Een half miljoen tuinen betekent één op de tien. Dat betekent in elke straat een leefgebiedje. Dat betekent in elke wijk vele tientallen stapstenen. Dat betekent dat we talloze soorten de kans geven om zich door het landschap te verplaatsen – en zo de grote scheiding te doorbreken tussen ‘natuur’ en ‘mens’.

Maar zijn we wel zinvol bezig? Moeten we niet ergens de koers verleggen? Wat laten we liggen? Het blijven belangrijke open vragen, ook na vandaag. Maar Hans de Kroon is verhelderend: “Focus op de rol die je hebt. En behoud ook het plezier. Zonder dat plezier gaat het hem sowieso niet worden.”

“Dat verhaal maakt de koplopers bovendien een positief voorbeeld en daarmee ook uitnodigend voor mensen die nog niet zo ver zijn. Hun groene stappen zijn ook heel waardevol: een paar tegels eruit, een hoekje met wat dood hout – alles helpt.”

Daar zijn wij het helemaal mee eens. Met Streektuinen richten wij ons inderdaad op de koplopers (wat er al duizenden zijn). Maar het gaat ons er ook om om levende, natuurrijke tuinen te normaliseren. Te laten zien dat het kan, dat je tijdens het proces niet wordt opgegeten door een hommel of een klimplant – en dat het ook nog leuk is. Sterker nog: dat er een wereld voor je kan opengaan. De wereld waar je eigenlijk in thuishoort, vanaf de dag dat je geboren bent. Want al zijn we het massaal vergeten, we blijven er een product van: de ecologie.

Een voorbeeld van een van de gehoopte stapstenen – de tuin van Tim Asbreuk:

En onze aanpak waarin we streken voorop stellen? “Identiteitskwesties zijn van ons gestolen”, zegt De Kroon – geboren als Brabantse boerenzoon. “Het wordt tijd dat we dat terugnemen. Als je identiteit op een goede manier terugbrengt, is dat een verrijking voor iedereen – en ik denk ook een heel waardevolle manier om biodiversiteit te adresseren.”

We noemen het zelf ‘de Vroege Vogels-benadering’. Zij laten Nederland al jarenlang altijd opnieuw zien dat waar in ons kleine land je ook woont, er overal bijzondere landschappen, unieke natuur en indrukwekkende soorten bestaan. Die lokale natuur is om van te genieten, je over te verwonderen, en als je wilt ook om je voor in te zetten. En dan valt het ons op dat aandacht voor streeknatuur – over een breed (politiek) spectrum – behoorlijk verbindend werkt. Het is niet verkeerd om trots te zijn op iets bijzonders in je extended achtertuin. En uiteindelijk is het niet zomaar een ‘progressieve hobby’, maar ook conservatief – in de letterlijke betekenis van dat woord – om iets dierbaars te willen behouden.

“We hebben simpelweg een enorme verkleining en versnippering van het leefgebied”, brengt De Kroon de urgentie nog even terug in het gesprek. Daar kunnen we iets aan doen door in het landschap stapstenen aan te leggen. Hagen, poeltjes en ook tuinen zijn enorm belangrijk. Er is genoeg onderzoek dat laat zien dat als tuinen niet al te ver van elkaar af liggen en veel soorten er kunnen leven, eten en voortplanten – dat dat echt een significante bijdrage kan leveren. Ik denk dat we daar allemaal een bijdrage aan kunnen leveren.”

En de bloemrijke dijken en bermen, gaat dat – nu er eenmaal beweging is ontstaan – nou vanzelf? “Er is wel animo voor. De meeste gemeentes en waterschappen zijn ermee bezig. Maar het gaat niet altijd goed. De intentie kan goed zijn, maar bijvoorbeeld de omslag naar ecologisch maaibeheer blijft voor velen nog een enorme opgave. Je moet dus ook iedereen meenemen in dat verhaal – dat gebeurt nog te weinig: een aannemer voor het maaiwerk krijgt bestekken die half of onduidelijk zijn opgeschreven, en er zijn geen sancties als het fout gaat. Dus iedereen meenemen, dat is echt van belang.”

En Hans zelf? “Het project voor bloemrijke dijken blijft doorgaan. Ook in de Ooijpolder blijf ik me inzetten. Vooralsnog gaat het werk door alsof er niets veranderd is. Maar de agenda begint wel leger te raken.” Klinkt alsof er ook wat meer tijd zal ontstaan voor de eigen achtertuin. Al is het maar om ervan te genieten – en komend voorjaar op een eerste zonnige dag op een stoeltje te wachten op de terugkeer van Bombylius major. Het boefje, en De Kroons favoriete tuinsoort.

gewone wolzwever op kruipend zenegroen
Gewone wolzwever, nectar drinkend bij kruipend zenegroen. Foto gemaakt door Hans de Kroon.

Meld ook jouw tuin aan!

Door mee te doen voeg je een klein natuurgebiedje toe aan jouw straat, kun je vier seizoenen per jaar genieten van een levende tuin – en versterk je de unieke biodiversiteit van jouw streek, door een klein leefgebied te creëren voor kenmerkende planten en dieren.

Hotel_front-streektuinen-scaled

Koop hier een goed bijenhotel

Wij verkopen enkele hoogwaardige bijenhotels voor mensen die de biodiversiteit in hun tuin willen versterken. Bekijk ons aanbod.

Koop hier je streektuinmengsel of streekeigen plantenpakket

De inheemse kwekerij Cruydt-Hoeck heeft samen met ons voor elk van de 25 streken een apart mengsel en plantenpakket ontwikkeld van bloeiende kruiden die goed passen in de bewuste streek, en tot hun recht kunnen komen in tuinen.

Andere verhalen

We gaan het over wilgen hebben, uitgebreid. Over streekwilgen, zoals de laurierwilg, de bittere wilg en de basterdkraakwilg. Natuurlijk over hun onmisbare rol voor voorjaarsbijen. Maar ook over hun vaak...
Zit je op het puntje van je stoel? Hier is die dan: het verhaal én de video van de streektuin van Tim Asbreuk! Niet alleen leuk voor Twentse tuiniers (vanwege...