Wil jij een streekeigen bloemenweide zaaien? Dan moet je nú in actie komen: september is namelijk de ideale zaaimaand. Tijd om dat beter uit te leggen én te illustreren met een reeks mooie foto’s van het resultaat!
Waar veel mensen denken dat de lente het ideale zaaiseizoen is, is dat juist een half jaar later: het najaar – zo stellen de specialisten van Cruydt-Hoeck. Achterop de zakjes streektuinmengsel staat daarom ook dat je deze bij voorkeur moet zaaien in augustus tot oktober.
Dit heeft meerdere redenen. Ten eerste bestaan de mengsels uit een combinatie van zogeheten warmtekiemers en koudekiemers. Koudekiemers zijn zaden die pas kiemen ná een langdurige koude periode (lees: de winter). Als je die in het voorjaar zou zaaien, zouden ze pas een vol jaar later de kans hebben om te ontkiemen. Grote kans dat je prachtige kale zaaibed dan al is ingenomen door allerlei andere gewassen.
Warmtekiemers kiemen snel, zo lang de middagtemperaturen hoog genoeg zijn (bij voorkeur minimaal 20 graden). Die kunnen dus kiemen in de lente, maar in dat seizoen is de natuurlijke druk van snel groeiende onkruiden relatief hoog. De warmtekiemers hebben dan dus meer concurrentie. Warmtekiemers kunnen ook in het najaar ontkiemen en vast een kleine plant vormen. Die gaat vanaf november in winterrust – en start in het voorjaar met een voorsprong ten opzichte van de onkruiden. Des te groter ook de kans dat deze soorten al vanaf het eerste seizoen in bloei staan.
Tot zover waarom het najaar geschikter is dan het voorjaar. Maar welke van die drie maanden is nou eigenlijk ideaal? Oktober meestal toch niet. Daar kan het misgaan met te veel regen en te lage middagtemperaturen. Dat betekent dat de warmtekiemers niet meer ontkiemen. De kans is dan zelfs groot dat ze verloren gaan, omdat ze in de natte en koude maanden erna hun kiemkracht verliezen. (Voor de koudekiemers is oktober wel nog een prima zaaimaand, net als november.)
Augustus is daarom beter dan oktober. Maar zaaien in augustus kan wel een klein risicootje brengen: als je in augustus zaait onder vochtige, groeizame omstandigheden en er daarna alsnog droge zomerhitte volgt, kunnen de kersverse kiemplantjes uitdrogen.
Daarom raden wij mensen meestal aan om specifiek in te zetten op zaaien in september!
Toch is een andere voorbereiding nog belangrijker dan ‘het perfecte tijdstip’ zoeken: de plek. Een kaal zaaibed is essentieel. Alle moeite die je daar in steekt, betaalt zich terug in een veel bloemrijker resultaat. Een grasmat een beetje open harken en daar het zaad in rond strooien? Grote kans dat je er niets van terugziet.
Wij gaan rigoureus te werk, en gebruiken zelf als we een streekeigen bloemenweide aanleggen een zodensnijder. Die kan je huren en gebruiken om een (eerst kortgemaaide) grasmat af te plaggen. Die grasmat plus de verrijkte toplaag kan je vervolgens oprollen en met kruiwagens afvoeren. In veel gevallen (dit is deels afhankelijk van het mengsel en de plek) raden we ook aan om het kale zaaibed vervolgens te bekalken. Daarna ben je klaar om in te zaaien.
Wil je deze uitleg liever visueel? Twee jaar geleden maakten we deze instructievideo van de aanleg van een streekeigen bloemenweide:
Als wij aan mensen adviseren om in september te zaaien, voegen we daar meestal nog iets aan toe: verwacht in het eerste seizoen (dus het jaar erop) een deel van het bloemrijke resultaat. Het volledige boeket kun je vanaf het tweede jaar verwachten, als de bloemenweide volwassen is geworden. (En bij goed beheer ook in alle zomers daarna.)
Wij vonden het dus een spannend moment, toen we afgelopen zomer de bloemenweide uit de instructievideo hierboven weer bezochten. Het resultaat in dit tweede bloeijaar overtrof onze verwachtingen.
Het gaat om een bloemenweide in het Vechtdal. Het streektuinmengsel voor het Vechtdal bestaat uit maar liefst 26 soorten. Die konden we vrijwel allemaal terugvinden, in bloei of als rozet. Daarnaast was de bloemrijkdom – in lente, voorzomer en nazomer – opvallend hoog (met steeds verschillende soorten).
Het belangrijkste echter: de echte streekspecialiteiten – die knallen eruit. Het Vechtdalmengsel is geïnspireerd op de natuurlijke stroomdalgraslanden langs de Overijsselse Vecht. Dat is een zeer zeldzame plantengemeenschap die voor Nederland en heel Europa uniek te noemen is – en gepaard gaat met een hoge biodiversiteit (van bijen, vlinders en ander leven).
In de maand juni wordt deze plantengemeenschap gedragen door soorten als grote tijn, steenanjer (ook wel de ‘Vechtdalanjer’), aangevuld met bijvoorbeeld muizenoor, geel walstro en grasklokjes. En precies die soorten domineren nu ook de twee jaar geleden – in september – aangelegde Vechtdalbloemenweide!


