Zwanenbloem, heemst, kattenstaart, Spaanse ruiter. Het is zomaar een greep uit het boeket in de tuin van Karin Kuypers, ergens aan de rand van Vinkeveen, midden in het Hollands-Utrechtse veenweidegebied. Begin van de zomer waren we op bezoek om de tuin te filmen.
Het blijkt een oase voor allerlei prachtige soorten die daar van oorsprong thuishoren. Dat was niet altijd het geval, vertelt Karin. Toen zij en haar man het huis een aantal jaar geleden kochten, was de tuin nog een grote grindvlakte. Als je nu de talrijke soorten inheemse planten ziet en alle dieren die daarvan profiteren, valt die uitgangssituatie bijna niet meer voor te stellen. Het laat opnieuw zien hoe groot het verschil is dat tuiniers kunnen maken, als ze ervoor kiezen het natuurlijke leven uit de directe omgeving te omarmen in hun tuin.
Karin was een van de eerste deelnemers van Streektuinen en kwam al eens eerder voorbij op deze website – in een gezamenlijk interview met tuinpionier Martin Stevens. Dat ging toen niet alleen over hun eigen tuinen, maar ook over een andere manier waarop zij zich inzetten voor ecologisch tuinieren in Nederland, namelijk door Facebook-groepen te organiseren waar inmiddels tienduizenden leden tips uitwisselen of elkaar een hart onder de riem steken als tuinvergroeners dat kunnen gebruiken. Dat verhaal kan je hier teruglezen.
We hadden in de introductie nog lang niet alle prachtige bloeiende oeverplanten genoemd. Moerasandoorn bijvoorbeeld, of moerasspirea, wilgenroosje en grote waterweegbree – stuk voor stuk soorten met grote waarde voor bestuivers. Zo telde Karin in totaal maar liefst 163 soorten inheemse planten in haar tuin. En dankzij een wadi en natuurlijke oevers wist ook een van de meest spectaculaire streeksoorten aan wal te komen in de tuin: de ringslang.
(Als je in het Utrechtse veenweidegebied woont, kan je misschien denken dat deze compleet ongevaarlijke watergebonden slang een vanzelfsprekendheid is – maar ringslangen komen in het grootste deel van Nederland niet (meer) voor. Waar we ons grootste reptiel wél hebben, moeten we ‘m dus ook koesteren. Dat kan bijvoorbeeld door in een hoek aan het water je snoeiafval op een grote hoop te gooien. Zo ontstaat een broeihoop waar ringslangen eieren in kunnen leggen.)

De blauwgraslanden van weleer
Karin’s tuin is niet alleen geïnspireerd op de rijke oevers van de streek, maar ook op iets anders dat vroeger in de omgeving op veel plekken nog tot aan de horizon te bewonderen viel: blauwgraslanden. Deze hooilanden op schrale, vochtige veengrond waren schatkamers van biodiversiteit, met bloemenzeeën die ’s zomers gonsden van het vliegende leven.
Enkele inmiddels zeldzame soorten uit die blauwgraslanden sieren ’s zomers de tuin van Karin – zoals blauwe knoop, grote pimpernel, echte koekoeksbloem en de prachtig paars bloeiende Spaanse ruiter, een soort die zeer sterk achteruitgegaan is – en in Nederland nog twee laatste bolwerken heeft: het laagveengebied van Friesland en de Kop van Overijssel – en het grensgebied tussen Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, precies waar Karin woont.
Veel van deze streekplanten zijn gekocht bij gespecialiseerde inheemse kwekers en met zorg in de tuin gezet. Maar daarnaast hebben meerdere bijzondere streeksoorten op eigen kracht de tuin kunnen vinden – om daar vervolgens een mooie groeiplek te krijgen. Ook dat is een manier om je tuin te verbinden met de ecologie eromheen!
Groot moerasscherm, een aangewaaide streekplant
Een van die bijzondere aanwaaiers, die ook voorbij komt in de tuinvideo, is het groot moerasscherm. Dat is een vrij zeldzame witte schermbloem met hoge waarde voor zweefvliegen, vlinders en kleine bijensoorten, die je in Nederland vrijwel uitsluitend vindt in het grensgebied tussen Noord- en Zuid-Holland – en die voor Vinkeveen dus een perfecte streekplant is.
Het is zeker niet de enige aanwaaier die door Karin is omarmd. Bijvoorbeeld ook de blaartrekkende boterbloem is een oeverplant die echt thuishoort in het gebied en die zich spontaan heeft gevestigd. Dankzij de kleine knalgele bloemen die vanaf mei de tuin sieren, leeft bijvoorbeeld ook de ranonkelbij in Karin’s streektuin – een zwart bijtje dat voor het stuifmeel volledig afhankelijk is van boterbloemsoorten.
En zelfs de zwanenbloem, misschien wel een van de mooiste bloemen die we rijk zijn in Nederland, is spontaan gearriveerd vanuit sloten in de omgeving. Ook hier hebben we te maken met een echte streeksoort: alhoewel zwanenbloem bijvoorbeeld ook nog vrij algemeen te vinden is in het rivierengebied, in Groningen, Friesland en de Weerribben, staan de grootste aantallen van deze opvallende roze bloeier in Noord- en Zuid-Holland en het westelijk deel van de provincie Utrecht.
Het zijn stuk voor stuk oeverplanten die in de waterrijke omgeving van Vinkeveen ook van grote waarde zijn voor insecten. Karin ontdekte dat dat zelfs geldt voor de lisdoddes in de tuin. In de stengels onder de sigaren blijken namelijk rupsen van de lisdoddeboorder te leven. Dat is een nachtvlinder die je ook zeker kunt zien als een streekspecialiteit voor het Groene Hart. En de rupsen die zich niet diep genoeg in de lisdoddestengels verstoppen, blijken op hun beurt weer een lekkernij voor de familie pimpelmezen, zo merkte Karin op. Zo’n streektuin is een heel ecosysteem…
Wil je ook eens een kijkje nemen in Karin’s eigen streektuin? In onderstaande video, gemaakt door natuurfilmer Marit Daams, geeft ze je een korte rondleiding:
Op zoek naar meer inspiratie uit dezelfde streek? Een stukje naar het zuiden ligt de streektuin van natuurfilmer Stijn Philips. Een opmerkelijke overeenkomst: ook deze oase vol streeksoorten was een paar jaar eerder nog een grindwoestijn.
