Onze tuin is bijna 2000 meter groot, inclusief huis. Daarvan is 300 vierkante meter moestuin en de rest semi-wild. Ik probeer zoveel mogelijk inheemse planten te verzamelen of ze hun gang laten gaan. Het is een groot deel van het jaar een prachtige bloementuin met stinkende gouwe, overblijvende ossentong, dagkoekoeksbloem, grote kattenstaart bij de vijver etcetera – allemaal vanzelf gekomen.Er staat onder andere boswilg, eik, hazelaar, hulst, lijsterbes, esdoorn en berk. We hebben naar de buren een Gelderse haag met meidoorn, sleedoorn, vuilboom en Gelderse roos. Bij de fruitbomen hebben we grotendeels gekozen voor oude rassen.
Soorten zoeken is een geweldige manier om ieder hoekje van je tuin te leren kennen en je heel bewust te worden van wat er groeit. Iedere plantensoort blijkt dan een klein ecosysteem. Op de bosandoorn zit bijvoorbeeld de bosandoornblindwants en de bosandoornbochelwants. Op de kattenstaart de kattenstaartdikpoot (een wilde bijensoort). Op de wilde kardinaalsmuts de kardinaalsmutsstippelmot, enzovoort. Zo heb ik bijvoorbeeld ook geleerd dat klimop enorm rijk is aan insecten, het hele jaar door. Maar ook de moestuin geeft veel biodiversiteit, met bijvoorbeeld de koninginnenpage op de venkel.Met een led-emmer van de Vlinderstichting hebben we zo’n 350 soorten nachtvlinders geteld.