Onze tuin ligt bij een voormalige tuinderswoning uit de 17e/18e eeuw in Zuid-Holland. Bij de woning stonden al twee monumentale Hollandse leilindes (in vrije vorm) voor de zuidgevel, die in de zomer voor verkoelende schaduw zorgen, en een ligusterhaag langs de weg. Deze karakteristieke elementen hebben we behouden.
Stap voor stap brengen we steeds meer kenmerken van een authentiek Zuid-Hollands boerenerf terug. Langs de sloot staan knotwilgen en gele lis en verder hebben we fruitbomen, bessenstruiken, bramen, een kruidenperk, een meidoornhaag en een takkenril aangelegd. De meidoorn is geliefd bij mussen en de takkenril biedt onder andere een roodborst en winterkoning een schuilplaats. Op advies van het Ervenloket van Stichting Zuid-Hollands Landschap hebben we onlangs ook een walnotenboom en inheemse struiken, zoals vlier, struikklimop en Gelderse roos op het achtererf geplant.
We kiezen bewust voor een tuin die relatief onderhoudsarm is en waarin de natuur zoveel mogelijk haar gang mag gaan. Dat is soms een uitdaging – een tijd leek de paardenstaart de overhand te krijgen – maar inmiddels bestaat de beplanting grotendeels uit inheemse vaste planten zoals wilde akelei, vrouwenmantel, vingerhoedskruid, kruipend zenegroen, bosaardbei, wilde marjolein, knikkend nagelkruid en koninginnekruid. Planten als hondsdraf, dovenetel en smeerwortel, die spontaan verschenen, zien we inmiddels niet meer als onkruid maar als waardevolle inheemse soorten.
Ook in het gazon laten we de natuur ruimte, met onder andere madeliefjes, gewone ereprijs, boterbloem, sneeuwklokjes en krokussen. De liguster mag uitbundig bloeien, tot plezier van veel insecten. In en rond de sloot leven libellen, kikkers en salamanders, al zijn die door de opkomst van de rivierkreeft veel minder talrijk dan vroeger. We zoeken nog naar manieren om de tuin weer aantrekkelijker te maken voor amfibieën.
Dit jaar hebben we voor het eerst een akkerbloemenweide van Cruydt-Hoeck en een puttertjesmengsel van het Mauritshuis en de Vogelbescherming ingezaaid. Het is prachtig om te zien hoeveel bijen, hommels, zweefvliegen en andere insecten daarop afkomen. De rupsen in de leifruitbomen zijn een feestmaal voor kool- en pimpelmezen, merels eten van het fruit en regelmatig bezoekt ook een bonte specht de tuin. Op zomeravonden zien we zwaluwen en vleermuizen jagen en heel af en toe laat ook een egel zich zien.