Oorspronkelijk was deze tuin onderdeel van een landgoed, nog te zien aan de eeuwenoude rode beuken die oorspronkelijk naast en voor het landhuis stonden. Later zijn er ook eiken, esdoorns en meer beuken bij geplant. De ondergroei bestaat uit vooral hulst en inlandse vogelkers. Onder de bomen groeien bos- en stinzenplanten, zoals bosanemonen, sneeuwklokjes, daslook, salomonszegel en bosgeelster. Voor het huisje ligt een “gazon” met daarin o.a. veel speenkruid, pinksterbloemen, hemelsleutel, dagkoekoeksbloem, en ook diverse bolgewassen. Ter verhoging van de biodiversiteit zijn ook een aantal jonge fruit- en notenbomen aangeplant.
Onlangs zijn 2 stukken grasland afgeplagd en ingezaaid met een streekeigen bloemenmengsel.
Natuurlijk trekt dit alles veel zangvogels aan, maar ook eekhoorns, reeën en dassen zijn dagelijkse/nachtelijke gasten.