
Ik kreeg steeds meer interesse voor hommels. In het begin kon ik ze heel moeilijk uit elkaar houden, maar dankzij veel oefenen met foto’s maken en de app ‘obsidentify’ laten meekijken, gaat het nu een stuk beter. Aardhommels, akkerhommels, weidehommels, steenhommels, er vliegt hier van alles! Hommels zijn in het vroege voorjaar dol op witte dovenetels en ook paardenbloemen worden goed bezocht, dus die mochten allebei ook blijven staan. Ook op onhandige plekken…. Net als de stokrozen, die mogen overal blijven, zelfs pal voor de deur (die deur wordt even niet gebruikt…).
Onder de regenpijpen is het vrij nat en daar kwam spontaan koninginnekruid (ook wel leverkruid) op. Dat trekt heel veel bijen en vlinders aan. Mag ook blijven staan…. Het is soms hoger dan ikzelf. En zo werd het grasveld steeds kleiner en de ooit nette tuin (toen mijn moeder het nog bijhield) steeds woester. Ik vind het leuk. Je ontdekt steeds weer iets nieuws. Ineens verscheen de wilde bertram, prachtige naam toch? Met de website van streektuinen kan ik dan ook nog kijken of soorten hier van oudsher voorkomen of niet en welke er wel horen, maar nu (nog) niet aanwezig zijn.
Nu wil ik nog graag een vijver. Maar op elke plek waar ik de schop in de grond zet, zitten dieren. Allerlei soorten mierennesten (geel, zwart, bruin), wormen, pissebedden…. moeilijk om dat te verstoren! Dus die vijver is er nog niet. Maar wel heel veel soorten planten en struiken en bomen. Heerlijk!